Natuurlijk kon ik het niet laten om bij aankomst un café avec un croissant te bestellen, in Café bistro Mon plaisir. Het was heerlijk. De Europees-sterke bak koffie was een verademing vergeleken bij de grijze thee die je hier altijd krijgt. Formidable. Montreal doet sowieso Europees aan vergeleken bij Engelstalig Canada. Je krijgt er behoorlijke koffie, de architectuur is wat antieker en stijlvoller, en het barst er van de oude kerken. Maar misschien komt het ook wel omdat alles er Frans is. En dan niet op z'n Amerikaans, zo van Sil te play (met vet Amerikaanse tongval), maar bijna alsof je je in La France zelf bevindt.
Ik paste mij natuurlijk, zoals het een goed toerist betaamt, naadloos aan. Later op de dag heb ik ook nog een crêpe besteld, inclusief oui, non, en merci beaucoup. Dat in het geval er rap Frans teruggebrabbeld werd ik er niets meer van verstond en in geen enkele taal nog maar iets kon uitbrengen, is une futilité. En dat ik dan gauw iets in het Engels sputterde en ik dingen uitkraamde als 'I'd like to cay pash', nam ook niemand mij kwalijk.
Net als veel Canadese steden is ook Montreal een immigrantenstad. La ville is opgedeeld in verschillende wijken, met vanzelfsprekend een chinatown, maar bijvoorbeeld ook een joodse wijk. In laatstgenoemde buurt bezocht ik Schwartz's, een tentje bekend om de beste Montreal smoked meat van de stad. Bij Schwartz stond mij de volgende cultuurcatastrophe te wachten: zelfs een gewone baguette avec viande fumée wilde niet lukken. Althans, het bestellen lukte mij wel, maar na drie keer had ik nog niet door of de ober nou Frans of Engels praatte. Ik zou zweren dat het Spaans was. Enfin, zie une photo ergens hieronder voor het resultaat van mijn broodje met smoked meat. Of mijn smoked meat met een broodje.
Met gevulde maag begaf ik mij daarna naar de berg middenin het centrum, waar de stad zijn naam aan ontleent: le mont royal. Bovenop was het misschien een beetje koud, maar het leverde een mooi uitzicht op. Ook het oude haventje was erg leuk om te zien. Verschillende koepels en kerken dienden vroeger als baken voor uitgeputte zeelui als ze de haven van de stad naderden, meest in het oog springend de dame met uitgestrekte armen op de top van de Notre-dame-de-Bon-Secours. Ook ik kreeg een teken toen ik opkeek naar het beeld. De hemel brak open en ik wist dat ik moest beginnen aan mijn voyage terug naar huis.
Die werd erg leerzaam. Als je in l'autobus zit en er stappen nieuwe mensen in: claim je plek. Claim je plek, het kan je leven redden. Ik deed dat niet, en begreep pas waarom ik dat beter wel had kunnen doen toen de vrij stevige man (in Noord-Amerika noemen ze dat heel polite morbidly obese) naast me was komen zitten. Met nog een halve stoel over zat ik met mijn gezicht tegen de ruit gedrukt, en zo'n bus wiegt nogal. Zonder een kans mijn jas uit te trekken kreeg ik het warmer en warmer. Geen ruimte, geen vooruitzicht op wat dan ook. Het was penible. Hoewel, ik had nog één lichtpuntje. Vlak voor ik in de bus was gestapt had ik mijn thermoskan laten vullen met een laatste tasse de café, voor onderweg.
Nu had het iets ongemakkelijks om een dampende kan koffie open te draaien, terwijl alle mensen om mij heen dat niet hadden. Ik durfde niet. Laat staan in mijn eentje beginnen aan mijn gebakje (wat ik tegelijkertijd met mijn café had meegenomen), vooral omdat ik de meneer naast mij inschatte als iemand die juist erg van gebakjes hield.
Na enige wikken en wegen besloot ik dat ik, amper in staat te ademen, toch zieliger was dan hij, en ik draaide mijn kan open. Onmiddellijk begon om mij heen een gekuch op te zwellen. Ik zette door en met het kopje tussen mijn knieën schonk ik de koffie in en pakte ik mijn gebakje uit. Zo'n brownie-achtig ding, met witte chocola en iets met kokos ofzo.
De meneer naast mij kreeg het intussen zichtbaar moeilijk. Ik slurpte, de meneer keek op zijn horloge. Ik smakte, de meneer schommelde heen en weer. Onderhand moest heel de bus nu geroken hebben dat voorin iemand heimelijk een kopje koffie zat te drinken. Nog één keer schonk ik mijzelf bij, terwijl ik voelde hoe de meneer naast mij de hete koffie over mijn schoot vloekte. Genietend likte ik mijn vingers af. Te oordelen naar de stuiptrekkingen naast mij kreeg de meneer het nu echt zwaar.
Gelukkig verrees, na wat wel een eeuwigheid had geleken, uiteindelijk tot ons beider opluchting aan de horizon ons verlossende baken: Ottawa's houses of parliament. Het was vraiment une jour fantastique dans Montréal, met wederom veel o zo leerzame momenten.
Vanavond stap ik op een nieuwe busvoyage, richting la ville de New York, dus waarschijnlijk voorlopig even geen berichtjes. Ik wens al mijn trouwe lezers een heel joyeux noel en een jingle jolly merry christmas.